Keer terug
Gunstige taxatie groepsverzekering na 'volledige loopbaan'
Image of the blog article

Circulaire brengt verduidelijking

Vanaf 1 januari 2019 kunnen ook werknemers die hun wettelijk pensioen vóór de wettelijke pensioenleeftijd opnemen maar die effectief actief blijven tot de leeftijd waarop wordt voldaan aan de voorwaarden voor een volledige loopbaan (45 jaren), genieten van de gunstige bedrijfsvoorheffing van 10% op de pensioenkapitalen opgebouwd met werkgeversbijdragen. De gunstige bedrijfsvoorheffing van 10% geldt eveneens voor het overlijdenskapitaal uitgekeerd aan begunstigden van werknemers die overlijden na het bereiken van de leeftijd waarop wordt voldaan aan de voorwaarden voor een volledige loopbaan en die tot die leeftijd effectief actief zijn gebleven.

Hoe de notie 'volledige loopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving' diende ingevuld te worden, was echter lange tijd niet duidelijk (45/45ste, 14 040/14 040 dagen, 104/312 per jaar,…).

Op 19 december 2019 werd de circulaire 2019/C/135 van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit gepubliceerd over de notie ‘effectief actief’ en ‘volledige loopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving’.

Deze circulaire brengt hierover nu meer duidelijkheid.

Notie ‘volledige loopbaan volgens de geldende wetgeving’

Onder een ‘volledige loopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving’ moet worden verstaan: een loopbaan van minstens 45 jaar waarvan elk jaar de voorwaarde vervult om in aanmerking genomen te worden voor het vervroegd pensioen.

Wat zijn de voorwaarden?

De som van de jaren die in aanmerking komen voor het vervroegd pensioen moet 45 jaar zijn.

  • voor zelfstandigen gaat het om jaren waarin de betrokkene minstens twee kwartalen heeft gewerkt. Elk kwartaal telt 78 dagen (312 dagen / 4);
  • voor werknemers en ambtenaren gaat het om jaren met een tewerkstelling van ten minste één derde van een voltijdse arbeidsregeling: 104 dagen (312 dagen / 3).

Wanneer een betrokkene in de loop van een kalenderjaar bijvoorbeeld een half jaar werknemer was en een half jaar zelfstandige, dan voldoet hij in beide stelsels aan de criteria om dat jaar te laten meetellen voor de loopbaanvoorwaarde van 45 jaar. Het is echter niet de bedoeling één jaar twee keer te laten meetellen. Een kalenderjaar mag maar één keer in aanmerking worden genomen voor de loopbaanvoorwaarde van 45 jaar.

Geregulariseerde studiejaren tellen mee voor de berekening van het wettelijk pensioen, maar ze tellen niet mee voor de beoordeling van een volledige loopbaan van 45 jaar in het kader van de toepassing van de 10% eindtaxatie.

Attest van loopbaanoverzicht

Het is voor ons als pensioeninstelling niet mogelijk om te oordelen of een verzekerde aan bovenstaande voorwaarden beantwoordt. Vandaar dat de verzekerde, of zijn begunstigde in het geval van overlijden, dit zelf zal moeten bewijzen, eventueel aan de hand van een ‘attest van loopbaanoverzicht’. Dit attest kan de betrokkene opvragen bij de Federale Pensioendienst (de belastingadministratie is niet bevoegd) of bij de RSVZ wanneer het uitsluitend een loopbaan als zelfstandige betreft. De Federale Pensioendienst kan wel een attest van loopbaanoverzicht bezorgen voor gemengde loopbanen.

Regularisatie bij teveel ingehouden bedrijfsvoorheffing

Voor de uitkeringen die aan een hoger tarief gebeurden omwille van de onduidelijkheid in de wetgeving, voorziet de circulaire in een aantal regularisatiemogelijkheden. Deze mogelijkheden verschillen al naargelang de verzekerde zijn belastingsaangifte heeft ingediend of niet en beschrijven de te volgen modaliteiten voor recuperatie van de teveel afgehouden bedrijfsvoorheffing.

  • De verzekerde heeft zijn belastingaangifte nog niet ingediend
    • Hij dient het bedrag van het uitgekeerd kapitaal te vermelden in VAK V “Pensioenen” en meer bepaald in de code 1215-46 of 2215-16.
    • De kans bestaat dat – als gevolg van het feit dat de aangifte afwijkt van de fiscale fiche - de belastingplichtige hier een vraag om inlichtingen of een bericht van wijziging over krijgt. Hij dient in dat geval de bewijsstukken aan de fiscale administratie te bezorgen.
  • De verzekerde heeft zijn belastingaangifte reeds ingediend, maar zijn aanslagbiljet nog niet ontvangen
    • In dat geval dient hij contact op te nemen met zijn lokaal taxatiekantoor voor een rechtzetting van zijn aangifte. Gedurende een beperkte termijn kan de verzekerde ook zelf zijn aangifte nog verbeteren indien hij deze via Tax On Web heeft ingediend.
    • Ook in dit geval dient de verzekerde de nodige bewijsstukken ter beschikking te houden. 
  • De verzekerde heeft zijn belastingaangifte reeds ingediend en zijn aanslagbiljet ontvangen
    • De verzekerde moet bezwaar indienen tegen zijn aangifte. Hij heeft hiervoor een termijn van 6 maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending.
      Alle relevante informatie voor de indiening van het bezwaar staat vermeld op het aanslagbiljet.
      De verzekerde zal ter staving van het bezwaarschrift de nodige bewijsstukken aan de fiscale administratie dienen voor te leggen.

Meest gelezen